De complete site is te zien door hier te klikken

Sophie de Rijk, "Horacio salgán, een introductie?" In: la Cadena no.84 (december 2002)

Ik zal mij niet heel erg vergissen als ik ervan uit ga dat dit blad voornamelijk door dansers, eerder dan door musici gelezen wordt. Ik voel mij dan ook geroepen om iemand aan u, tangodansers, te introduceren. Ik de wereld van (tango)musici wordt deze man bejubeld en op handen gedragen maar bij het gros van de dansers is hij zo goed als onbekend. En dat is een groot gemis! Dames en heren, mag ik u voorstellen: de laatste der mohikanen, de 86-jarige nog altijd spelende pianist, componist, arrangeur en orkestrator: Horacio salgán.

Ik hoor u denken: wij dansers kennen hem niet, en die muzikanten wel, dat komt vast omdat het ingewikkelde, technische muziek is die heel lastig danst. Om te beginnen vind ik het weinig interessant of zijn muziek wel of niet dansbaar is. Het is zo godsgruwelijk mooi dat dit er geheel niet toe doet. Maar het is bovendien niet eens waar! Dat u soms problemen hebt met de dansbaarheid van Piazzolla, nou vooruit dan. Maar op Piazolla's muziek danst u wél. En de muziek van salgán is juist heel toegankelijk. Er is werkelijk geen enkele reden voor het gebrek aan populariteit van zijn muziek in de salons. Laat mij u vandaag overtuigen zodat dit onterecht voorgoed uit de wereld is!

Horacio salgán, geboren in 1916, behoort bij uitstek tot de "academische" tangomusici. Vanaf zij vroegste jeugd kwam hij in aanraking met de westerse klassieke muziek. Zijn ouder waren beide muzikant en namen hem regelmatig mee naar de grote opera's van Rossini, Verdi en Donizetti. Hij was voorbestemd een klassiek pianist te worden en ging naar het conservatorium. Daar studeerde hij onder andere bij Vicente Scaramuzza, net als tango grootheden als Osvaldo Pugliese, Orlando Goñi en Lucio Demare en de beroemde klassieke pianiste Martha Argerich. Naast zijn liefde voor klassieke muziek, ontwikkelde salgán een bijzonder interesse voor Argentijnse folklore en tango. Als vroeg trad hij op als begeleider van stomme films, wat in die tijd gebruikelijk was voor kleine tango-ensembles. Behalve pianolessen kreeg de jonge Horacio gedegen harmonie- en contrapuntonderricht van Amelia Weygand en Cayetano Marcoli.

Klassieke muziek is dus de solide basis van het werk van salgán. Maar de populaire muziek bleef trekken. Niet alleen populaire muziek uit Argentinië, maar ook volksmuziek uit andere Latijns Amerikaanse landen. Deze schat aan muzikale ervaring heeft een enorme invloed gehad op zowel zijn composities als zijn arrangementen.. In een interview met Oscar Humschoot in Club de Tango Magazine vertelt salgán dat hij tango en folklore is gaan spelen uit liefde, respect en toewijding voor de muziek. Hij had, zo zegt hij, niet de intentie om te vernieuwen. Toch is salgán zijn eigen, unieke weg gegaan in de tango. De basis daarvoor werd gelegd in het orkest van Roberto Firpo, waar hij op 18-jarige leeftijd gevraagd werd te spelen. In hetzelfde interview zegt salgán destijds dusdanig geïnspireerd te zijn geweest door pianist Armando Federico dat hij daarna zijn eigen pad is ingeslagen.

In de bloei-jaren van de tango vormt salgán zijn eigen Orquesta Típica. Dit orkest heeft gespeeld tot 1959. Als gevolg van de slechte economische situatie werden de grote orkesten onbetaalbaar en er ontstonden kleinere ensembles. salgán vormde het fenomenale Quinteto Real, eerst met Francini en later met Agri op de viool. Hij ging tevens een (nog altijd durende) liaison aan met gitarist Ubaldo de Lio. Let wel: deze twee krasse knarren spelen nog wekelijks in een populaire Jazzclub in Buenos Aires.

Maar wat maakt salgáns muziek nu zo bijzonder? Wat onderscheidt hem van tangogrootheden als Piazzolla en Pugliese en ander oude meesters. Allereerst speelt de vleugel, een prominente rol in zijn muziek. Hoewel hij niet de enige orkestleider was niet tegelijkertijd piano speelde, zijn er niet veel die met hun eigen instrument zo'n herkenbare stempel drukten op hun muziek. Pugliese, ook pianist, had wel een heel herkenbare stijl, maar die was ontstaan uit een zeer nauwe samenwerking met zijn orkestleden. Zelfs het bekende pianogeluid van Di Sarli is eerder een specifiek stijlkenmerk in vergelijking met de complexe en veelomvattende pianopartijen van salgán.

Waarschijnlijk is zijn rol te vergelijken met die van Laurenz en Maffia met hun bandoneons in de dertiger jaren. Door hun, zeker voor die tijd zeer geavanceerder technische spel. Hebben zij een uiterst verfijnde en persoonlijke stijl kunnen ontwikkelen. Ook de techniek van salgán is zeer geavanceerd. En daar blijft het niet bij. Onder invloed van zijn grote kennis en beheersing van het klassieke repertoire, zowel praktisch als theoretisch, zijn salgáns arrangementen en orkestraties vol en doorwrocht. De combinatie van folklore en klassiek muziek maken met name de pianopartijen altijd ritmisch en onvoorstelbaar sprankelend. Als muzikant zul je bij salgán altijd op het puntje van je stoel moeten zitten om alle subtiliteiten te kunnen vatten. Als een wervelwind wisselen de dynamische extremen elkaar af. Zijn muziek is melancholisch maar niet bijtend, zoals Pugliese kan zijn - denk maar aan La Yumba. Er hangt vaak een sfeer van weemoedige tristesse. Veel van zijn muziek voor Orquesta Típica is zonder meer romantisch en ademt een zekere berusting uit.

Uniek en vernieuwend is het gebruik van de basklarinet in de orkestraties van salgán. Naar eigen zeggen miste hij vaak een solide basklank. De cello, die hij op zich geschikt vond voor die functie, was al bezet. Dit instrument fungeerde doorgaans als ondersteuning van de strijkers: de melodie van de eerste viool wordt vaak enkele octaven lager gedubbeld door de cello. De linkerhand van de bandoneon achtte hij ook niet geschikt. Bandoneons zijn qua klank goed uitgebalanceerd, maar konden die grote rol niet op zich nemen. Voornamelijk bij een plukkende contrabas, miste salgán die voor hem broodnodige warme, donkere klank, die hij vond in het gebruik van de Basklarinet. Hiermee geeft hij het orkest een haast Parijse klank. Het geluid van de klarinet binnen het grote orkest met die uiterst romantische muziek doet soms denken aan Group de Six.

Wellicht is dit alles voor u wat theoretisch en draaf ik door. Mijn excuses hiervoor. Ik ben een groot fan van Horacio salgá en in de loop der tijd heb ik in verschillende bezettingen behoorlijk wat stukken van hem gespeeld en geanalyseerd. Mijn liefde voor zijn muziek groeide, naarmate ik meer facetten ervan kon onderscheiden en de euforie die hiermee gepaard gaat wil ik altijd graag delen.

Feitelijk geldt dat hoe je het werk van salgán ook bekijkt, praktisch of theoretisch, als danser of als muzikant: het is en blijft gewoon bloedstollend mooi. Onlangs werd op een salon een aantal nummers van Quinteto Real gedraaid. Ik was blij verrast en als snel bleek, hoe kon het ook anders, dat de dj tevens pianist was. Ik zou hierbij ook ander dj's willen uitnodigen zich eens te verdiepen in het werk van salgán en zij muziek, bijvoorbeeld van zijn Orquesta Típica, (veelvuldiger) te gaan draaien op salons. En het is weer eens wat anders dan D'Arienzo, toch?

Mag ik u alvast enkele suggesties doen? Ojos Negros, Un Momento, A Don Augustin Bardi, Trenzas, Responso, La Llamo Silbando… en als dansers een momentje kunnen verstillen - wat ook heel mooi kan zijn - zet dan eens het ontroerende La Casita de mis Viejos op. Als u dan iemand betrapt met dikke wellende tranen in haar ogen, dan is het vast de auteur van dit artikel….