|
|
|
Ik zal mij niet heel erg vergissen als ik ervan uit ga dat dit blad voornamelijk door dansers, eerder dan
door musici gelezen wordt. Ik voel mij dan ook geroepen om iemand aan u, tangodansers, te introduceren. Ik
de wereld van (tango)musici wordt deze man bejubeld en op handen gedragen maar bij het gros van de dansers
is hij zo goed als onbekend. En dat is een groot gemis! Dames en heren, mag ik u voorstellen: de laatste der
mohikanen, de 86-jarige nog altijd spelende pianist, componist, arrangeur en orkestrator: Horacio salgán.
Ik hoor u denken: wij dansers kennen hem niet, en die muzikanten wel, dat komt vast omdat het ingewikkelde,
technische muziek is die heel lastig danst. Om te beginnen vind ik het weinig interessant of zijn muziek wel
of niet dansbaar is. Het is zo godsgruwelijk mooi dat dit er geheel niet toe doet. Maar het is bovendien niet
eens waar! Dat u soms problemen hebt met de dansbaarheid van Piazzolla, nou vooruit dan. Maar op Piazolla's
muziek danst u wél. En de muziek van salgán is juist heel toegankelijk. Er is werkelijk geen enkele reden
voor het gebrek aan populariteit van zijn muziek in de salons. Laat mij u vandaag overtuigen zodat dit onterecht
voorgoed uit de wereld is!
Horacio salgán, geboren in 1916, behoort bij uitstek tot de "academische" tangomusici. Vanaf zij vroegste
jeugd kwam hij in aanraking met de westerse klassieke muziek. Zijn ouder waren beide muzikant en namen hem
regelmatig mee naar de grote opera's van Rossini, Verdi en Donizetti. Hij was voorbestemd een klassiek pianist
te worden en ging naar het conservatorium. Daar studeerde hij onder andere bij Vicente Scaramuzza, net als
tango grootheden als Osvaldo Pugliese, Orlando Goñi en Lucio Demare en de beroemde klassieke pianiste Martha
Argerich. Naast zijn liefde voor klassieke muziek, ontwikkelde salgán een bijzonder interesse voor
Argentijnse folklore en tango. Als vroeg trad hij op als begeleider van stomme films, wat in die tijd
gebruikelijk was voor kleine tango-ensembles. Behalve pianolessen kreeg de jonge Horacio gedegen harmonie-
en contrapuntonderricht van Amelia Weygand en Cayetano Marcoli.
Klassieke muziek is dus de solide basis van het werk van salgán. Maar de populaire muziek bleef trekken.
Niet alleen populaire muziek uit Argentinië, maar ook volksmuziek uit andere Latijns Amerikaanse landen. Deze
schat aan muzikale ervaring heeft een enorme invloed gehad op zowel zijn composities als zijn arrangementen..
In een interview met Oscar Humschoot in Club de Tango Magazine vertelt salgán dat hij tango en folklore
is gaan spelen uit liefde, respect en toewijding voor de muziek. Hij had, zo zegt hij, niet de intentie om
te vernieuwen. Toch is salgán zijn eigen, unieke weg gegaan in de tango. De basis daarvoor werd gelegd
in het orkest van Roberto Firpo, waar hij op 18-jarige leeftijd gevraagd werd te spelen. In hetzelfde interview
zegt salgán destijds dusdanig geïnspireerd te zijn geweest door pianist Armando Federico dat hij daarna
zijn eigen pad is ingeslagen.
In de bloei-jaren van de tango vormt salgán zijn eigen Orquesta Típica. Dit orkest heeft gespeeld tot
1959. Als gevolg van de slechte economische situatie werden de grote orkesten onbetaalbaar en er ontstonden
kleinere ensembles. salgán vormde het fenomenale Quinteto Real, eerst met Francini en later met Agri op
de viool. Hij ging tevens een (nog altijd durende) liaison aan met gitarist Ubaldo de Lio. Let wel: deze twee
krasse knarren spelen nog wekelijks in een populaire Jazzclub in Buenos Aires.
Maar wat maakt salgáns muziek nu zo bijzonder? Wat onderscheidt hem van tangogrootheden als Piazzolla en
Pugliese en ander oude meesters. Allereerst speelt de vleugel, een prominente rol in zijn muziek. Hoewel hij
niet de enige orkestleider was niet tegelijkertijd piano speelde, zijn er niet veel die met hun eigen
instrument zo'n herkenbare stempel drukten op hun muziek. Pugliese, ook pianist, had wel een heel herkenbare
stijl, maar die was ontstaan uit een zeer nauwe samenwerking met zijn orkestleden. Zelfs het bekende pianogeluid
van Di Sarli is eerder een specifiek stijlkenmerk in vergelijking met de complexe en veelomvattende pianopartijen
van salgán.
Waarschijnlijk is zijn rol te vergelijken met die van Laurenz en Maffia met hun bandoneons in de dertiger
jaren. Door hun, zeker voor die tijd zeer geavanceerder technische spel. Hebben zij een uiterst verfijnde
en persoonlijke stijl kunnen ontwikkelen. Ook de techniek van salgán is zeer geavanceerd. En daar blijft
het niet bij. Onder invloed van zijn grote kennis en beheersing van het klassieke repertoire, zowel praktisch
als theoretisch, zijn salgáns arrangementen en orkestraties vol en doorwrocht. De combinatie van folklore
en klassiek muziek maken met name de pianopartijen altijd ritmisch en onvoorstelbaar sprankelend. Als muzikant
zul je bij salgán altijd op het puntje van je stoel moeten zitten om alle subtiliteiten te kunnen vatten.
Als een wervelwind wisselen de dynamische extremen elkaar af. Zijn muziek is melancholisch maar niet bijtend,
zoals Pugliese kan zijn - denk maar aan La Yumba. Er hangt vaak een sfeer van weemoedige tristesse. Veel van
zijn muziek voor Orquesta Típica is zonder meer romantisch en ademt een zekere berusting uit.
Uniek en vernieuwend is het gebruik van de basklarinet in de orkestraties van salgán. Naar eigen zeggen
miste hij vaak een solide basklank. De cello, die hij op zich geschikt vond voor die functie, was al bezet.
Dit instrument fungeerde doorgaans als ondersteuning van de strijkers: de melodie van de eerste viool wordt
vaak enkele octaven lager gedubbeld door de cello. De linkerhand van de bandoneon achtte hij ook niet geschikt.
Bandoneons zijn qua klank goed uitgebalanceerd, maar konden die grote rol niet op zich nemen. Voornamelijk bij
een plukkende contrabas, miste salgán die voor hem broodnodige warme, donkere klank, die hij vond in het
gebruik van de Basklarinet. Hiermee geeft hij het orkest een haast Parijse klank. Het geluid van de klarinet
binnen het grote orkest met die uiterst romantische muziek doet soms denken aan Group de Six.
Wellicht is dit alles voor u wat theoretisch en draaf ik door. Mijn excuses hiervoor. Ik ben een groot fan van
Horacio salgá en in de loop der tijd heb ik in verschillende bezettingen behoorlijk wat stukken van hem
gespeeld en geanalyseerd. Mijn liefde voor zijn muziek groeide, naarmate ik meer facetten ervan kon onderscheiden
en de euforie die hiermee gepaard gaat wil ik altijd graag delen.
Feitelijk geldt dat hoe je het werk van salgán ook bekijkt, praktisch of theoretisch, als danser of als
muzikant: het is en blijft gewoon bloedstollend mooi. Onlangs werd op een salon een aantal nummers van Quinteto
Real gedraaid. Ik was blij verrast en als snel bleek, hoe kon het ook anders, dat de dj tevens pianist was. Ik
zou hierbij ook ander dj's willen uitnodigen zich eens te verdiepen in het werk van salgán en zij muziek,
bijvoorbeeld van zijn Orquesta Típica, (veelvuldiger) te gaan draaien op salons. En het is weer eens wat anders
dan D'Arienzo, toch?
Mag ik u alvast enkele suggesties doen? Ojos Negros, Un Momento, A Don Augustin Bardi, Trenzas, Responso,
La Llamo Silbando… en als dansers een momentje kunnen verstillen - wat ook heel mooi kan zijn - zet dan
eens het ontroerende La Casita de mis Viejos op. Als u dan iemand betrapt met dikke wellende tranen
in haar ogen, dan is het vast de auteur van dit artikel….
|
|