|
|
|
In de zomer van 2003 is het er eindelijk van gekomen. Al jaren houdt die stad mij al bezig. Ooit werd ik
geraakt door haar muziek, de tango. Ik heb als het ware wel de ziel van de stad ervaren, maar nooit eerder
haar lichaam mogen aanschouwen. Hoewel ik tangoviool koos als hoofdvakstudie aan het conservatorium
van Rotterdam, en je daarom zou denken dat Buenos Aires, de bakermat, mijn tweede thuis zou zijn, was ik
nooit eerder was ik in de gelegenheid geweest om te gaan. Maar nu was het eindelijk zo ver.
In de overtuiging dat je Buenos Aires moet hebben gezien om tango beter te begrijpen stapte ik vol goede
zin, met viool, opnameapparatuur en mijn laptopje op het vliegtuig. Ik wilde tango horen: Salgan, Pane . Ik
wilde les nemen en wellicht wat spelen. Nu is mijn Castillano, dat prachtige Spaans dat ze daar spreken, een
beetje roestig. Ik was dan ook blij bij mijn Belgische vriendin en bandoneoniste Eva Wolff, die anderhalf jaar
eerder naar Buenos Aires was verhuisd, en haar Amerikaanse huisgenote Christine Brebes te kunnen logeren.
Dankzij mijn gebrekkige Castillano was ik in een paar dagen al drie keer belazerd, en was mij vals geld
aangesmeerd. Bovendien riepen die Argentijnen je op straat van alles na, maar wat? Beide dames zouden mij
die eerste dagen voor de ernstigste blunders behoeden en wegwijs maken in de chaos die openbaar vervoer in
Buenos Aires heet. En behalve dat was het natuurlijk bere-gezellig en heerlijk om mijn inmiddels tot Argentijnse
getransformeerde vriendin weer te zien. Ik voelde mij de eerste dagen een hopeloos provinciaaltje in die enorme
snelle bruisende wereldstad, van wiens muziek ik zielsveel hield maar waar je elk moment - als je niet uitkeek -
door een razende bus of taxi zou kunnen worden geschept.
Nu zijn Eva en haar huisgenote beide lid van het vermaarde Orquesta Escuela dat onder bezielende leiding staat
van Emilio Balcarse staat. Emilio Balcarse! De man van La Bordona, icoon in de tangowereld! Muzikaal gezien viel
ik dus met mijn neus in de boter. De Maestro, vond het prima dat ik bij de repetities aanwezig zou zijn en zo
startte ik mijn verblijf met twee maal per week genieten een geweldig orquesta tipicageluid op zeer hoog niveau.
Behalve Balcarse stonden ook een aantal keren violist Marcelli en Bandoneonist Viktor - het Beest - Lavallen
voor het orkest. Ieder had zijn eigen stijl en het orkest paste zich moeiteloos aan iedere maestro aan.
De repetities bleken een ware beleving. Vond ik ooit dat OTRA wel eens wat meer gedisciplineerd te werk mocht
gaan, dit orkest leek in eerste instantie geen enkele vorm van structuur ten toon te spreiden. Allereerst kwam
de helft van de musici te laat. Ging dan, na een zoenronde - dat hoort bij elke begroeting: dat wordt hier onder
dansers ook leuk gekopieerd - een beetje ouwehoeren hier en daar en vervolgens zitten pielen op zijn of haar
instrument. Zo rommelig als een repetities van OTRA ook geleken heeft: deze laisser-faire-gang van zaken zou
door Leo Vervelde en Gustavo Beytelman nooit getolereerd worden. Pas na een hoop "Chicos!"-geroep van primarius
Ramiro Gallo werd het dan min of meer stil en kon een stuk worden ingezet. Zo chaotisch als de start van de
repetitie, zo eensgezind en to the point was het geluid wat er volgde. Onvoorstelbaar, wat een klank, wat een
kwaliteit, wat een niveau
tot een moment werd onderbroken en het gekakel weer van start ging. Het begon al met
al wel te kriebelen. Ik wilde spelen! Ik heb dan ook de stoute schoenen aangetrokken en violist Ramiro Gallo -
u waarschijnlijk bekend van "el Arranque", gevraagd om mij les te geven.
Ramiro bleek niet alleen een goddelijke violist te zijn, maar zijn stijlkennis en -inzicht was fenomenaal. In 1
les leerde ik -z o leek het - meer dan in 1 jaar. Of was het dat een hele boel op zijn plaats viel? Hoe dan ook,
ondanks dat ik naar mijn idee speelde als een cirkelzaag, was Ramiro tot mijn grote verbazing niet ontevreden.
Sterker nog: hij vroeg me of ik mee wilde spelen in het orkest. Een van de violisten was een poos verhinderd en
ze zochten een vervanger. Ik hoefde niet twee keer na te denken.
Dus nu ging ik niet alleen met mijn twee tangovriendinnen mee naar de repetitie om te luisteren, maar mocht ook
meespelen! Ik kreeg allerlei stukken voor mijn neus die ik van blad moest spelen. Er moest een heel repertoire
worden ingestudeerd. Op zich was dat niet zo'n probleem, maar timing en manier van fraseren bleken aanzienlijk
te verschillen van hetgeen ik gewend was. Het leek of niets wordt afgesproken en veel aan het moment wordt
overgelaten, terwijl toch duidelijk stijlgetrouw werd gemusiceerd. Blijkbaar waren de musici, in elk geval de
leiders van de verschillende instrumentengroepen, zodanig vertrouwd met de verschillende speelstijlen van de
oude orkesten, dat zij in staat waren om binnen die stijlen te goochelen met timing, articulatie en frasering.
Er heerste, ondanks de aimabele en losse sfeer, een duidelijke hiėrarchie: de primarius bepaalde hoe er gestreken
werd en welke vingerzetting van toepassing was. Hij was ook degene die, samen met de Maestro, de frasering bedacht,
steeds in de stijl van het orkest waarvan het stuk dat werd gespeeld. Ook alle kleine versierinkjes en muzikale
"geintjes" (een glissando hier, een tambor daar) werden in principe door hem uitgevoerd, ook al werden spontane
briljante invallen van andere orkestleden zeer gewaardeerd. In tegenstelling tot de manier van repeteren zoals
ik tot dan toe deed, werd er bijna niets uitgelegd. Je moest gewoon spelen. De ene keer in de stijl van D'Arienzo,
dan weer in de stijl van di Sarli of misschien Pugliese. Die informatie wilde de primarius nog wel kwijt, mocht
er onduidelijkheid over bestaan.
Zo zat ik dan op het puntje van mijn stoel, en volgde elke minuscule beweging van Ramiro's strijkstok. Elke
dynamische verandering hij maakte, maakte ik ook. Ging hij van een fel staccato naar een lyrisch en zoet legato,
dan volgde ik hem steevast als een schaduw, terwijl ik uit alle macht probeerde alle noten a prima vista te raken.
Hilariteit alom als ik dacht het wel te weten en pardoes een stevige inzet maakte, terwijl de rest van het orkest
heel zachtjes en kort speelde. Zo leer je wel op te letten. Ik begon te begrijpen dat deze manier van repeteren,
ook al leek het in eerste instantie een schier pandemonium, zeer snel werkt. Niet erover lullen maar concentreren,
luisteren, spelen! Uiteraard wel in de juiste stijl. Het hoge tempo van de stad, waardoor ik in het begin van mijn
verblijf in Buenos Aires zo van uit mijn evenwicht was, trof mij nu weer in de muziek. Mijn vermoeden was
bewaarheid: je moet Buenos Aires en de Portenos een beetje leren kennen om de tango beter te begrijpen. Ik wist
het eigenlijk wel, maar toch kwam het als een soort openbaring!
Ik heb nog lessen gevolgd bij Pablo Agri, en heb veel, veel concerten bijgewoond. Ik heb Salgan gezien en Julio
Pane. Repetities bijgewoond van andere musici en nog meer musici gesproken. Het was allemaal even indrukwekkend en
inspirerend. Maar de lessen bij Ramiro Gallo, het werken met grootheden als Balcarse, Marcelli en Lavallen, het
repeteren en optreden met het Orquesta Escuela brachten bij mij een blijvende verandering teweeg. Ik beleef de tango
nu anders en kijk op een voor mij nieuwe manier naar het tangomusiceren. Ik weet niet, het heeft iets met die stad
te maken.
|
|